23 MRT (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 23-03-2026 zo ingevuld:
De mopperpot ........ wat tegen de kinderen.
brompt bromt bromdt bromd
Het woord 'bromt' hoort bij de hoofdpersoon van de zin (de mopperpot). Het werkwoord 'brommen' wordt vervoegd zoals 'ik til, hij tilt'.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
De oude zeeman ........ in zijn leven op alle wereldzeeën.
zijldde zeilde zeildde zijlde
Het woord 'zeilde' is verleden tijd van 'zeilen' (met korte ei). Omdat de l geen medeklinker in 't kofschip is, krijgt dit werkwoord 'de' achter de ik-vorm (zeil + de).
Zie ook de pagina verleden tijd.
Ik heb geen klapschaatsen, maar nog ouderwetse ........ .
noorren nooren noren
Als het enkelvoud een lange klinker (aa, ee, oo, uu) heeft in de laatste lettergreep met daarachter één medeklinker, verdwijnt in het meervoud een van die klinkers: noor - noren.
Zie ook de pagina grenzen, kansen.
De hele straat werkt mee ........ de opbouw van het buurthuis.
aan voor op