15 JUL (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 15-07-2026 zo ingevuld:
Wat ........ de schrijver met die beeldspraak?
bedoelde beddoeldde beddoelde bedoeldde
Het woord 'bedoelde' is verleden tijd van 'bedoelen'. Omdat de l geen medeklinker in 't kofschip is, krijgt dit werkwoord 'de' achter de ik-vorm: bedoel + de.
Zie ook de pagina verleden tijd.
Er klonk een ........ knal.
harde hard
'Knal' is een de-woord: de knal.
Een bijvoeglijk naamwoord krijgt een e aan het eind, behalve als het voor een het-woord staat en 'het' is weggelaten of vervangen door 'een' of een onbepaald voornaamwoord (een hard geluid, ieder hard geluid).
Zie ook de pagina zwart of zwarte.
Als je rode en gele verf ........ , krijg je oranje verf.
menk menkt mengd mengt
Het werkwoord is 'mengen', de ik-vorm is 'meng'. De ik-vorm + t = mengt.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
Kun je me dat ........ boek aangeven?
rood roode rode
Bij een het-woord schrijf je een e aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord (het rode boek). Die e verdwijnt als er 'een' voor staat: een rood boek.
Zie ook de pagina zwart of zwarte.