15 JAN (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 15-01-2026 zo ingevuld:
Als er ijs ligt, ........ heel Nederland.
schaatst schaatsd schaast schaatsdt
Het werkwoord is 'schaatsen', de ik-vorm is 'schaats'. De ik-vorm + t = schaatst.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
Ik heb voor dit opstel een woordenboek ........ .
gebruikd gebruiken gebruikt gebruik
Dit is het voltooid deelwoord van 'gebruiken'. Meestal schrijf je ge + ik-vorm + d of t, maar omdat gebruiken al met 'ge' begint, komt er niet nog eens ge voor. Aan het eind komt een t, omdat de k van 'gebruiken' in 't kofschip zit: gebruik + t = gebruikt.
Zie ook de pagina voltooid deelwoord.
Ik fiets graag door de ........ .
bossen boossen boosen bosen
Als het enkelvoud een korte klinker (a, e, i, o, u) heeft in de laatste lettergreep met daarachter één medeklinker, komt er in het meervoud vaak een medeklinker bij om de klank van die klinker kort te houden: bos - bossen.
Zie ook de pagina grenzen, kansen.
Een ........ klusjesman kan alles repareren.
handig handdige handdig handige
Bij een de-woord schrijf je een e aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord (de handige klusjesman), ook als 'de' wordt vervangen door 'een': een handige klusjesman.
Zie ook de pagina zwart of zwarte.