29 OKT (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 29-10-2026 zo ingevuld:
De verdediger ........ meestal de aanval van zijn tegenstanders vakkundig af.
wende wendde
Dit is verleden tijd van 'afwenden'. De ik-vorm (ik wend af) eindigt al op een d. Daar komt in de verleden tijd 'de' bij. Daarom zie je dd in het woord.
Zie ook de pagina verleden tijd.
In de winter heeft hij veel ........ .
gebobsleedt gebobsleet gebobsleed
Het woord 'gebobsleed' is voltooid deelwoord van 'bobsleeën'. Omdat de e geen medeklinker in 't kofschip is, eindigt het voltooid deelwoord op een d, net als de verleden tijd (ik bobsleede).
Zie ook de pagina voltooid deelwoord.
We voetballen tegen een team uit Amsterdam. Het gaat goed, want ........ staan twee doelpunten achter.
hen zij hun
Het enig juiste antwoord is 'zij staan'. De woorden 'hen' en 'hun' kunnen nooit de hoofdpersoon (onderwerp) van de zin zijn.
Zie ook de pagina hen of hun.
Je loopt in je onderbroek de straat op. Dat ........ echt niet!
kan ken
Kennen is weten, kunnen is doen.
kunnen: ik kan, jij kunt (of kan), hij kan, wij kunnen
Zie ook de pagina kennen, kunnen.