08 APR (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 08-04-2026 zo ingevuld:
Ik ........ gisteren de hele dag in bed.
lag lagt lach lacht
Het woord 'lag' (verleden tijd van 'liggen') eindigt op een g. 'Lach' hoort bij het werkwoord 'lachen' en is tegenwoordige tijd.
Zie ook de pagina onmiddellijk.
De weg loopt ........ naar het dorp.
regt reght recht
Je hoort 'gt' maar je schrijft 'cht'.
Zie ook de pagina luisterwoorden.
De zon ........ langer in de zomer.
schijn schijndt schijnt schijnd
Het hele werkwoord is 'schijnen'. Je schrijft de ik-vorm + t.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
Er staat een ........ rij.
lange lang
'Rij' is een de-woord: de rij.
Een bijvoeglijk naamwoord krijgt een e aan het eind, behalve als het voor een het-woord staat en 'het' is weggelaten of vervangen door 'een' of een onbepaald voornaamwoord (een lang lint, elk lang lint).
Zie ook de pagina zwart of zwarte.