28 AUG (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 28-08-2026 zo ingevuld:
In 2010 ........ de omzet met tien procent.
daaldde daald daalde daalden
Het werkwoord is 'dalen', de ik-vorm is 'daal'. De verleden tijd is ik-vorm + de = daalde.
Zie ook de pagina verleden tijd.
We gaan een ........ land ontdekken met de caravan.
nieuw nieuwe
Bij een het-woord schrijf je een e aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord (het nieuwe land), maar die e verdwijnt als er 'een' voor staat: een nieuw land.
Zie ook de pagina zwart of zwarte.
(Leestekens.) Hoe gaat het met u ........
? (vraagteken ; (puntkomma) . (punt) : (dubbele punt)
Een vraag eindigt altijd met een vraagteken.
Zie ook de pagina Leestekens.
Ik lees liever een ........ verhaal dan een slechte strip.
goeie goede goei goed
Bij een het-woord schrijf je een e aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord (het goede verhaal), maar die e verdwijnt als er 'een' voor staat: een goed verhaal.
Zie ook de pagina zwart of zwarte.