23 APR (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 23-04-2026 zo ingevuld:
Terwijl mijn moeder de jurk ........ , zocht ik de juiste kleur garen erbij.
afspelde afspeldde
Het woord 'afspeldde' is verleden tijd van 'afspelden'. De ik-vorm eindigt al op een d (afspeld). Daar komt in de verleden tijd 'de' bij: afspeld + de.
Zie ook de pagina verleden tijd.
Het kaarsvet is langs de kandelaar ........ .
gedropen gedruipd gedruipt
Het woord 'gedropen' is het voltooid deelwoord van 'druipen'. Het werkwoord is een sterk of onregelmatig werkwoord.
Zie ook de pagina voltooid deelwoord.
Brood van de warme bakker vind ik vaak lekkerder dan ........ van de supermarkt.
die dat
Het invulwoord verwijst naar 'brood'. Brood is een het-woord (het brood) en daarom gebruik je 'dat'.
'Die gebruik je bij de-woorden, bijvoorbeeld: 'Wijn uit Frankrijk is populairder dan die uit Chili.'
Zie ook de pagina wat, dat, wie, die.
Heb jij weleens een ........ in het wild gezien?
reuzepanda reuzenpanda
De diersoort heet 'reuzenpanda'. Het woord 'reuzepanda' zou goed zijn als het een panda is die je reuze vindt.
Zie ook de pagina panne(n)koek.