|
Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
|||
In de verleden tijd kent elk werkwoord slechts twee vormen:
In de verleden tijd wordt vaak onderscheid gemaakt tussen zwakke en sterke werkwoorden.
Bij zwakke werkwoorden is de verleden tijd meestal opgebouwd uit de ik-vorm met TE(N) of DE(N) erachter. Wanneer TE en wanneer DE? Dat kun je onthouden met de regel van 't kofschip. Die regel kijkt naar de letter die in het hele werkwoord voorafgaat aan "-en". Meestal is dat ook de laatste letter van de ik-vorm (tegenwoordige tijd), maar let op bij werkwoorden op -VEN en -ZEN.
De ik-vorm + TE(N)
als het werkwoord eindigt op -TEN, -KEN, -FEN, -SEN, -CHEN, -PEN of -XEN:
Je ziet bij stoten: als de ik-vorm al op een T eindigt, komt er een extra T bij in de verleden tijd.
De ik-vorm + DE(N)
bij de overige werkwoorden:
Je ziet bij branden: als de ik-vorm al op een D eindigt, komt er een extra D bij in de verleden tijd.
Je ziet bij schaven: ook al eindigt de ik-vorm op een F, de verleden tijd wordt toch met een D geschreven.
Je ziet bij reizen: ook al eindigt de ik-vorm op een S, de verleden tijd wordt toch met een D geschreven.
D of T, soms mag het allebei.
Een speciaal geval is nieste en niesde. Beide vormen zijn goed, omdat het hele werkwoord zowel niesen als niezen kan zijn:
Bij sterke werkwoorden verandert de klinker in het woord. Een paar voorbeelden:
Meer sterke werkwoorden op de pagina Sterke werkwoorden.
Voor de spelling is het belangrijk om te weten, dat ook deze werkwoorden in de verleden tijd slechts één vorm hebben voor enkelvoud en één voor meervoud. Het is "hij vond" (en niet "hij vondt").
Gij-vorm
Op bovenstaand verhaal is één uitzondering, maar die is al behoorlijk aan het uitsterven. De gij-vorm heeft wel een toegevoegde T. Bijvoorbeeld: gij vondt, gij hadt
|
Vaktermen Hoewel deze website alles graag uitlegt met zo weinig mogelijk vaktermen, noemen we voor de fijnproevers soms even een begrip van de schoolmethode.
STAM De ik-vorm van een werkwoord. Met ik-vorm wordt altijd bedoeld: de ik-vorm van de tegenwoordige tijd. Bijvoorbeeld: ontmoet. In de verleden tijd geldt: ik-vorm + te, dus ontmoet+te.
ONVOLTOOID VERLEDEN TIJD (o.v.t.) Verleden tijd zonder voltooid deelwoord. Bijvoorbeeld: ik pakte.
VOLTOOID VERLEDEN TIJD (v.v.t.) Verleden tijd met een voltooid deelwoord. Bijvoorbeeld: ik had gepakt.
|

![]() |
Vaak gestelde vragen - - REACTIES OF TIPS - - Instellingen - - Twitter | Beter Spellen is een initiatief van |